top of page

Wat ik bedoel als ik zeg...kraskracht


Waarom ik het krassen noem.

Tijdens een expositie kwam iemand naar me toe. Ik had net verteld over mijn werk — dat ik het gekrast had, zo en zo. En die persoon zei: "Willemien, dat moet je echt niet meer zeggen. Daar haal je je werk mee naar beneden."

Ik stond met mijn bek vol tanden.

De volgende dag wist ik het. Ik kras. En ik ben er trots op.

Hier zijn mijn tien redenen.

1. Krassen is oer.

Iedereen kent het. Als kind kraste je erop los. Elk vel werd een wirwar van kleurige strepen van boven naar beneden. Van links naar rechts. En als je er dan zwarte inkt over heen streek en er met een satéprikker in kraste kwamen er magische kleuren onder vandaan. Er is ook een boek van Guus Kuijer — Krassen op het tafelblad. Een kinderboek dat ik in ieder geval nog ken van vroeger.

2. Krassen heeft iets bozigs.

En dat vind ik heerlijk. Als je krast, meen je het. Je drukt hard, je gaat door, je laat niks liggen. Zacht krassen is fluisteren. Hard krassen is zeggen wat je te zeggen hebt — niet met woorden, maar op papier.

3. Krassen is een onomatopee.

Het woord heeft de klank al in zich. Krassen klinkt zoals het is. Rauw, direct, een beetje ruw. Net als fluiten, of flierefluiter. Ik hou van taal, en dit woord doet precies wat het belooft.

4. Krassen is mijn USP.

Ik kras. Dat is precies wat ik doe. Wa

arom zou ik het dan anders noemen? Het is mijn reclamebord. Krasklas. Kraskracht. Het wordt een begrip — en iedereen die het gebruikt, maakt het groter.


Tijdens een van de Krasklassen. We maakten een tafelkleed waarop daarna werd geluncht.

5. Krassen zit vol emotie.

In de Krasklas werk ik met thema's die vrouwen van veertig, vijftig, vijfenvijftig bezighouden. De overgang. Empty nest. Een nieuwe fase. Die thema's hebben een gevoel. En dat gevoel kan je krassen. Je ziet het direct terug in je lijnvoering. De arm liegt niet.

6. Krassen is dansen op papier.

In de Krasklas hoor ik iedereen krassen. Dat gezamenlijke geluid — dat ritme — dat is een soort ballade. Heen en weer, zigzag, het krijtje beweegt mee met wie je bent op dat moment.

7. Krassen maakt het kind in je los.

Voor je achtste verjaardag kras je zoals krassen bedoeld is. Daarna leer je het af. Als je het krijtje weer oppakt, komt die onbezorgdheid langzaam terug. Even zeven jaar zijn. Met al onze verantwoordelijkheden op deze leeftijd is dat geen onbelangrijke luxe.

8. Krassen is in het nu.

Als je tekent, ben je constant bezig met: lijkt het er wel op? Je gaat van papier naar object, papier naar object. Als je krast, verdwijnt dat. Je bent alleen bezig met vormen wat je ziet. En op een gegeven moment maak je je eigen versie van de werkelijkheid. Want waarom moet iets lijken? Dan neem je toch gewoon een foto.

9. Krassen past bij mij.

Ik ben een haastige spoed. Op mijn rapport stond het al — groep drie. Ik ramde elke dag drie kwartier tegen een muurtje met mijn tennisracket. Energiek, explosief, dynamisch. Krassen heeft datzelfde tempo. Het of krijt heeft mij gekozen, of ik het krijt. Na zeven ateliers en acryl, olie, houtskool en tennisballen in inkt tegen doeken — wist ik het gewoon. Dit is het.

10. Krassen is lekker slordig.

En daar zit de schoonheid in. Jij maakt op dat moment iets wat daarvoor nog niet bestond. Hoe vaker je het doet, hoe meer je vergeet waar je mee bezig bent. En daar waar je het loslaat, gebeuren de mooiste dingen. Elke keer als ik al dat werk op de grond leg — weet je gewoon niet wat je ziet.

Waskrijt is een simpel en krachtig medium. En ik ben op een missie om het weer op de kaart te zetten.


Trotse krasser. Dat ben ik.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page